Veelgestelde vragen
Heb je een vraag over zintuigenverhalen en het toepassen van zintuigenverhalen in de praktijk. Op deze pagina vind je veel gestelde vragen. Staat jouw vraag er niet bij? Of heb je meer informatie nodig? Neem dan contact met ons op.
Algemene vragen
Wat zijn zintuigenverhalen?
Met zintuigenverhalen vertel je een verhaal over een herkenbare gebeurtenis en gebruik je tijdens het voorlezen allerlei voorwerpen om het verhaal duidelijker te maken en te laten beleven. Tijdens het voorlezen kun je ook ondersteunde communicatie toevoegen. Alle zeven zintuigen worden aangesproken: horen, zien, ruiken, proeven en voelen, lichaamsbesef en soms evenwicht.
Voor wie zijn zintuigenverhalen bedoeld?
Zintuigenverhalen zijn voor iedereen, en speciaal voor mensen met problemen in de taal en communicatie, en in het horen en/of zien.
Kijk op de link voor meer informatie over de speciale doelgroepen van zintuigenverhalen.
Waarom een zintuigenverhaal?
In een zintuigenverhaal valt van alles te beleven: te ruiken, proeven, doen of voelen. Hierdoor beleef je het verhaal samen. Dit zorgt voor (gedeeld) plezier en mogelijkheden om contact te maken, taal toe te voegen en te communiceren. Zintuigenverhalen gaan over situaties die iemand zelf heeft meegemaakt, waardoor het herkenbaar is. Ook kun je het verhaal gemakkelijk op maat maken of aanpassen. En… uit onderzoek is gebleken dat zintuigenverhalen actieve communicatie stimuleren en dat er gedeelde aandacht en gedeeld plezier tijdens de verhalen ontstaat.
Welke voordelen hebben zintuigenverhalen?
Door verhalen aan elkaar te vertellen, kun je groeien in contact, communicatie en in je beeld van de wereld. Verhalen vertellen is dus heel belangrijk. Als iemand problemen heeft in de taal of communicatie, kan een gesproken of voorleesverhaal moeilijk te volgen zijn. Door de zintuiglijke prikkels in het zintuigenverhaal stimuleer je de aandacht en betrokkenheid tijdens het verhaal.
Uit onderzoek blijkt dat kinderen die een combinatie van beperkingen hebben waardoor ze problemen hebben met taal en communicatie, meer en gevarieerder communiceren tijdens het ervaren van zintuigenverhalen. Ze zijn actiever en reageren vaker direct op wat de voorlezer doet.
Zijn zintuigenverhalen te koop of te huur?
Op dit moment nog niet. We zijn hard bezig om dit mogelijk te maken. Houd onze website in de gaten of stuur een mail zodat we je op de hoogte houden hiervan. Maar je kunt dus zelf aan de slag met de voorbeeldverhalen óf met een eigen verhaal op maat. En kom je er niet uit? Dan denken we graag even met je mee!
Vragen over toepassing en gebruik
Waar kan ik voorbeelden van zintuigenverhalen vinden?
Op deze website vind je voorbeeldverhalen. Je kunt deze verhalen altijd aanpassen naar je eigen situatie, door een pagina toe te voegen of te verwijderen, of een prikkel te veranderen.
Hoe lees je een zintuigenverhaal voor?
Hier hebben we een aantal voorbeeldfilmpjes en instructiefilmpjes van gemaakt. Klik hier voor meer informatie.
Het onderwerp waar ik graag een zintuigenverhaal over zou willen lezen zit er niet bij... Wat nu?
De voorbeeldverhalen zijn bedoeld ter inspiratie. Je kunt zelf een verhaal maken aan de hand van instructies. Kom je er niet uit, neem dan contact met ons op.
Kan ik zelf een zintuigenverhaal maken?
Jazeker! Een zintuigenverhaal maken is goed te doen. We hebben daarvoor een aantal instructiematerialen. Kijk hier voor meer informatie.
Wat doe ik als het zintuigenverhaal niet aanspreekt?
Het kan natuurlijk voorkomen dat een zintuigenverhaal niet aanspreekt. Dan zijn er een paar dingen die je kunt checken:
- Is het onderwerp herkenbaar voor de persoon? Hebben jullie eerst zelf bijvoorbeeld koekjes gebakken en heb je daarná pas dit verhaal aangeboden? Zo nee, ga dan alsnog eerst samen de activiteit doen.
- Gaat het om een specifiek onderdeel in het verhaal? Sommige mensen hebben herhaling nodig om iets te durven ervaren. Er zijn kinderen die eerst 5x iets weigeren en het dan pas aandurven. Dit kan ook met de prikkelverwerking samenhangen: soms heeft iemand bijvoorbeeld moeite met bepaalde geuren of geluiden of wil iemand geen vieze handen krijgen.
- Is het tempo van voorlezen passend? Meestal gaan we te snel met voorlezen en heeft iemand meer tijd nodig om te verwerken wat er gebeurt. Maar misschien gaat het ook te langzaam?
- Is de communicatievorm waarin je voorleest afgestemd? Dus begrijpt de persoon de gebaren, taal en afbeeldingen waarin je voorleest? Eventueel kun je een logopedist of communicatiedeskundige vragen om advies.
- Is het verhaal te moeilijk of te makkelijk, te lang of te kort? Dit kun je aanpassen door pagina’s weg te laten of juist toe te voegen. Ook kun je in het voorlezen een ander accent leggen: je richt je meer op ervaren of juist meer op taal toevoegen.
Kom je er met bovenstaande aandachtspunten nog niet uit, overweeg dan om een ander zintuigenverhaal te proberen of neem contact met ons op.
Vragen over materialen
Kies ik voor het verhaal met pictogrammen, foto's of pcs symbolen?
Kijk allereerst welke communicatievorm de persoon nu al gebruikt en sluit daarbij aan. Het mooist is als iemand meerdere communicatievormen kan leren kennen, zodat iemand begrijpt dat een boodschap op verschillende manieren overgebracht kan worden. Dus iemand hoeft ook niet alle foto’s, pictogrammen of symbolen al te kennen. Door het zintuigenverhaal kan iemand ook weer nieuwe begrippen leren.
Als je niet weet welke communicatievorm(en) de persoon gebruikt, of je twijfelt hoe je het verhaal het beste kan voorlezen, vraag dit dan aan de betrokken logopedist of communicatiedeskundige.
Hoe kom ik aan de materialen die horen bij het zintuigenverhaal?
Op de laatste pagina(s) van ieder zintuigenverhaal vind je ‘de instructie voor de voorlezer’. Hier vind je ook de lijst met benodigde materialen en eventuele suggesties waar deze materialen te vinden/koop zijn. De meeste materialen zijn makkelijk te verkrijgen. Ook kun je altijd een aanpassing maken naar een voorwerp wat wel beschikbaar is.
Hoe bedenk ik welke voorwerpen passen in het zintuigenverhaal?
In de voorbeeldverhalen vind je ideeën voor voorwerpen. Ook in de handleiding ‘zintuigenverhalen maken’ (link) hebben we een lijst met suggesties opgenomen. Meestal geeft de situatie zelf genoeg mogelijkheden, dus kijk om je heen wat er te zien, horen, ruiken of voelen is.
Sommige situaties blijven moeilijk te vertalen naar een voorwerp, zoals de weersomstandigheden of iets wat heel groot is, zoals een bus of trein. Dat vraagt wat vindingrijkheid. Kijk bijvoorbeeld of je iets toe kan voegen aan de situatie wat wel in het verhaal past. We geven een aantal voorbeelden:
- Zon – zonnebril, zonnebrand of felle lamp
- Sneeuw – wattenbolletjes of geschaafd ijs
- Trein – geluidsopname van het fluitsignaal
- Bus – stopknop of rood lampje
- Zee – geluidsopname van de zee, of filmpje van golven, zout proeven
- Kinderboerderij – zet ergens een nep-dier neer, bijvoorbeeld een plastic paard of nep-spin
- Etc.