Skip to content

Zintuigenverhalen in de praktijk

Hoe pas je zintuigenverhalen toe in je dagelijkse praktijk met een groep? Dat kan op verschillende manieren. We geven een aantal praktische suggesties. Hoe organiseer je het op je locatie? Hoe werk je met een thema? En wie is Bob?

Zintuigenverhalen toepassen binnen je locatie

Als je werkt in zorg of onderwijs kan het soms even zoeken zijn hoe je een methode praktisch gaat toepassen. Hierbij een aantal ideeën!

  • Je kunt het zintuigenverhaal onderdeel maken van iemands dagprogramma of activiteitenaanbod. Dan vertelt de begeleider die op dat moment dienst heeft het verhaal; in de groep of individueel.
  • Je kunt het zintuigenverhaal ook koppelen aan een aantal collega’s die op vaste dagen het zintuigenverhaal te vertellen.
  • Kijk of één collega aanspreekpunt wil zijn. Deze collega kan ook de ambassadeur worden.
  • Idee: ga met een mooie verhalenkoffer de groepen rond om het zintuigenverhaal te vertellen. Hoewel een verhaal-op-maat heel leuk is, hebben we in de praktijk gezien dat ook cliënten van heel verschillende leeftijden en functioneringsniveaus kunnen genieten van hetzelfde verhaal. Zo lang je hen blijft uitnodigen en op hun initiatieven reageert, zie je dat hetzelfde verhaal een brede groep kan aanspreken.
  • Maak een zintuigenverhalen-bibliotheek waar cliënten en collega’s verhalen kunnen lenen.

Lees meer hierover in de handleiding ‘Zintuigenverhalen in de praktijk’ [deze komt binnenkort beschikbaar, als je het contactformulier invult houden we je op de hoogte]

Zintuigenverhalen in een groep

Het voorlezen van een zintuigenverhaal in een groep vraagt wel om wat extra structuur en voorbereiding. Zo zorg je dat iedere deelnemer kan meedoen en genieten van het verhaal. Ook kan er interactie tussen de deelnemers ontstaan. Het is belangrijk om op een aantal dingen te letten als je een zintuigenverhaal voorleest in een groep. Hieronder geven we je een aantal tips over het voorlezen in een groep.

Tips voor een groep

Voorbereiding

Zorg dat alle materialen klaar liggen. Komt er in een verhaal bijvoorbeeld een ballon voor, zorg er dan voor dat er voor iedere deelnemer een eigen ballon is. 

Niet te lang

Zorg dat je verhaal niet te lang is. Zo duurt de activiteit niet te lang en zijn er minder wachtmomenten voor de deelnemers in de groep. Doe eventueel het zintuigenverhaal meerdere keren in kleine groepjes in plaats van één keer in de grote groep.

Aankondiging

Denk na hoe je de activiteit kunt aankondigen in de specifieke groep. Als alle deelnemers in de groep komen kun je een verwijs-liedje zingen. Daarnaast kun je gebruik maken van de verhaalmap, de verhaalbox of een verwijzer daarvan, het woord of het gebaar van zintuigenverhalen als aankondiging. Je kunt meerdere vormen aanbieden of kiezen voor één vorm. 

Vaste plek

Lees je het zintuigenverhaal meerdere keren voor aan dezelfde groep? Geef dan elke deelnemer een vaste plaats in de kring. Dit schept duidelijkheid en voorspelbaarheid.

Vaste volgorde

Houd telkens een vaste volgorde van zowel bladzijden als beurten aan. Zo leert een kind wanneer het aan de beurt is en kan het genieten van de activiteit i.p.v. bezig te zijn met de vraag: “wanneer mag ik?” of “wat komt er nu?”. 

Begeleiding

Begeleid indien mogelijk de groep met één of twee collega’s samen (bijvoorbeeld met de logopedist en de stagiaire). Zo kun je signalen van kinderen beter opvangen en beter aansluiten bij interactie en communicatie.

Let wel op dat het niet te rumoerig wordt en spreek van te voren met elkaar af welke rol je neemt en hoe je de activiteit vorm gaat geven. Wie is bijvoorbeeld in de lead? Wie is meer volgend? 

Splitsen

Splits indien gewenst de groep zodat je met een kleiner aantal bent en meer aandacht per kind hebt.

Doelgericht

Werk je binnen een behandelgroep of onderwijs? Denk van te voren na aan welke doelen je gaat werken. Welke doelen zijn relevant voor de deelnemers? Welke doelen zijn deelnemer-specifiek? Hoe ga je aan deze doelen werken tijdens het voorlezen?

Stimuleer onderlinge interactie

Stimuleer contact en interactie tussen de deelnemers van de groep. Bijvoorbeeld bij het geven en ontvangen van voorwerpen of het om de beurt ontdekken van een voorwerp. Je kunt ook een praatknop gebruiken waarop step-by-step namen van de deelnemers zijn ingesproken. Eén iemand is verantwoordelijk voor de praatknop en vertelt wie de volgende is die aan de beurt is. Stel vragen om reactie uit te lokken.

Zintuigenverhalen bij een thema of anker

Veel behandel- en onderwijsgroepen werken met een thema of anker. Hier kun je het zintuigenverhaal bij uitzoeken of speciaal voor maken. Zo kun je in het zintuigenverhaal alle elementen van het thema laten terugkomen.

Lotte Wijnen, logopedist bij Kentalis, zegt hierover: “Kinderen leren door te ervaren. Met hun hele lijf, met alle zintuigen. Daar is waar je een zintuigenverhaal erg goed kunt gebruiken om de ervaring van het thema goed uit te werken. Kijk goed naar het kind en zie waar ze op ‘aan’ gaan: waar wordt hij/zij blij van? Waar zit de motivatie?

 

 

Beleven van taal

Denk in de keuze van je zintuigenverhaal vooral aan hoe je (nieuwe) taal kunt beleven! Wat zie je het kind doen, bijvoorbeeld lopen door de bladeren, kijken naar de bomen. Hoe kun je deze interesse vangen in een ervaring in het verhaal? En ervaringsgerichte activiteiten in de groep? Misschien een voelbak met blaadjes of een blaadje van je hand blazen.

Communicatie koppelen

Koppel hier de communicatie aan. En beleef de ervaring op ooghoogte, in het zichtveld van het kind. Samen kijken, samen voelen, samen blazen. Koppel communicatieve functies aan de ervaring: vragen om ‘hebben’ of ‘nog een keer’.

Betekenis

Steeds opnieuw kijk je naar het kind en de reactie van het kind en welke initiatieven het neemt in het zintuigenverhaal. Sluit aan bij de initiatieven. En geef het initiatief meer betekenis door een gebaar en woord/zin toe te voegen. Ook andere vormen van ondersteunde communicatie naast de voorwerpen zijn van belang. Denk aan een communicatie kaart, maar ook het gebruik van een spraakknop, een tekeningen, plaatjes of foto’s kunnen helpen in het kunnen uiten van dat wat je graag wil.”

Zintuigenverhalen bij jonge kinderen

Laura Dobber, pedagogisch behandelaar bij Kentalis, geeft een aantal voorbeelden hoe zij met peuters werkt met een zintuigenverhaal in combinatie met het thema (of anker). 

Koekjes bakken

“Bij het thema ‘hap slik weg’ lezen wij twee weken lang het zintuigenverhaal ‘Bob bakt koekjes’ op de groep. Individueel of in kleine groepjes mogen de kinderen het verhaal ervaren. Het onderwerp ‘koekjes’ komt op verschillende momenten gedurende de dag terug. Helpen deeg maken, echte koekjes bakken of sensopatisch aan de slag met net alsof koekjes van klei. Voor de oven zitten terwijl de koekjes gebakken worden en de koekjes op eten zijn favoriet bij ons op de groep. De koekjes die over zijn mogen de kinderen in hun eigen ‘vertel’ koffertje mee naar huis nemen.”  

Schoonmaken

Laura vervolgt: “Het zintuigenverhaal “Bob maakt schoon” is voor veel kinderen herkenbaar uit de thuissituatie. Een mooi verhaal om ouders bij te betrekken en te vragen of de kinderen thuis mee mogen helpen met handelingen die in het verhaal terug komen.  

Wanneer er op de groep iets vies is of omvalt hebben we hier extra aandacht voor. We laten de kinderen mee denken hoe we het op kunnen lossen als de beker met water is omgevallen. Opruimen en schoonmaken is leuk maar we hebben gemerkt dat het nog leuker is als kinderen eerst zelf iets vies mogen maken zodat ze het vervolgens zelf schoon kunnen maken.” 

Werken met een handpop

Bij de voorbeeldverhalen en de bijdrage van Laura kom je Bob de handpop tegen. Bob wordt gebruikt als onderdeel van een behandelprogramma binnen Kentalis. De foto’s van Bob kom je tegen in een aantal voorbeeldverhalen. Kinderen vinden het leuk om foto’s te zien van de handpop die ook op de groep is. Zo kan Bob een vriendje worden waar ze soms meer bij durven te uiten dan bij de begeleiding.

Keuze

Het is een keuze of je de handpop bij het voorlezen gebruikt. Je hebt het als voorlezer al druk met communiceren, de verhaalmap en de zintuiglijke prikkels. Je komt dan handen te kort om nog een handpop in te zetten. Bovendien kan het kinderen afleiden van het zintuiglijk ervaren van de prikkels. Maar het kan kinderen óók enthousiast maken en uitnodigen om te communiceren. En als je bijvoorbeeld met z’n tweeën staat op de groep kan de één de handpop bespelen en de ander het zintuigenverhaal vertellen. Kortom: kijk naar jouw groep en bezetting om te kiezen wat passend is.

Liedjes

Als je de zintuigenverhalen met de foto’s van Bob gebruikt, kán het leuk zijn om ook de filmpjes met liedjes te laten zien! Op onderstaande link vind je de afspeellijst.

N.B. Handpop ‘Bob’ heeft eigenlijk Stuard en mag met toestemming van producent Living Puppets (Matthies Spielprodukte GmbH + Co. KG) figureren als Bob in de zintuigenverhalen en zintuigenfilms van Kentalis.  

Voorbeeldverhalen

  • Foto's
  • Picto's zwart

Lynn gaat naar de dokter/het ziekenhuis — ze speelt in de wachtkamer, ziet een dokter in een witte jas en ze doet haar mond open als de dokter er in wil kijken. 

Bekijk verhaal
  • Foto's
  • Picto's zwart

Jip zwemt in zee en ontdekt van alles in en onder water — hij hoort de golven, proeft het zoute zeewater en voelt een waterdiertje kriebelen.

Bekijk verhaal