- Foto's
- Picto's zwart
Naar buiten in het donker
Jip gaat naar buiten in het donker — met een mooie hoed op zijn hoofd, hij schijnt met de zaklamp en drinkt warme chocolademelk.
Waarom dit verhaal?
In oktober en november zijn er veel pompoenen, lampionnen, spinnen en griezel-dingen te zien. In dit verhaal kun je die begrippen verwerken zonder dat het een eng verhaal wordt. Zo kun je er samen over communiceren en plezier hebben. De pagina van de hoeden en van de pompoenen kunnen eventueel weggelaten worden, en het lichtje kan een lampion zijn, zo kan het verhaal op verschillende lichtjestochten in het najaar toegepast worden. Voor een aantal andere toepassingen zijn extra pagina’s toegevoegd achter dit verhaal.
Wat heb je nodig?
- paar hoeden, petten of verkleed-mutsen
- donkere doek
- zaklamp, lampjes of een lampion
- nep-spinnenweb en nep-spin
- eetbare pompoen of gekookte pompoenblokjes (deze pagina kun je ook weglaten)
- geluid (hond, poes, vogel etc.), eventueel een knuffeldier-met-geluid
- chocolademelk-poeder
- limonade
- kindvriendelijk slijm (bijv. multisensorische gel van Happy Senso, kleur groen, of knetterzeep) (deze pagina kun je ook weglaten)(N.B. dit zijn veel prikkels, maak eventueel een keuze van 6 à 7 prikkels die bij jullie passen)
Variant Sint-Maarten
· lampion
· donkere doek
· deurbel
· spraakknop met liedje
· lekkers (snoep, pepernoot, mandarijn) en eventueel tas
De voorbereiding
- Kies welke variant je gaat voorlezen (foto’s, pictogrammen, pcs-symbolen). Overleg zo nodig met een deskundige (bijvoorbeeld een logopedist) over welke gebaren en afbeeldingen (foto’s, pictogrammen of pcs-symbolen) bij deze persoon het meest geschikt zijn.
- Print het document uit en doe de verhaalbladen in een ringband of lamineer ze.
- Zijn de materialen compleet?
- Kijk of het verhaal mogelijk ingekort moet worden: zijn alle begrippen van toepassing en herkenbaar voor de persoon? Het verhaal is zo gemaakt dat je eenvoudig een bladzijde er tussenuit kunt laten.
- Zijn de gebaren bekend?
- Oefen het verhaal van te voren.
Aan het begin van het voorlezen
Kan er aandacht zijn voor het verhaal? Is de persoon alert? Zijn er geen lichamelijke ongemakken? Is de omgeving rustig? Klopt het in het dagprogramma?