- Foto's
Bob op straat
Bob rijdt op straat — hij drukt op zijn toeter, kijkt goed naar het verkeerslicht en hoort een hond blaffen.
Waarom dit verhaal?
Dit verhaal gaat over wat je op straat ziet. Een aantal woorden en ervaringen die kinderen op straat kunnen meemaken komen aan bod. De begrippen uit dit verhaal kunnen in verschillende andere situaties toegepast worden. De zintuiglijke prikkels in het verhaal kunnen gedurende de dag terugkomen als aparte activiteiten (stoplicht, autorijden, hond en kat).
Wat heb je nodig?
- claxon (speelgoedwinkel, of Wibra/Action)
- speelgoedstoplicht (of een rood en groen lampje)
- knuffelhond en/of het geluid van geblaf
- nepdrol, eventueel met poepgeur
- knuffelkat en/of het geluid van gemiauw
- sirene met zwaailicht
De voorbereiding
- Kies welke variant je gaat voorlezen (foto’s, pictogrammen, pcs-symbolen). Overleg zo nodig met een deskundige (bijvoorbeeld een logopedist) over welke gebaren en afbeeldingen (foto’s, pictogrammen of pcs-symbolen) bij deze persoon het meest
geschikt zijn. - Print het document uit en doe de verhaalbladen in een ringband of lamineer ze.
- Zijn de materialen compleet?
- Kijk of het verhaal mogelijk ingekort moet worden: zijn alle begrippen van toepassing en herkenbaar voor de persoon? Het verhaal is zo gemaakt dat je eenvoudig een bladzijde er tussenuit kunt laten.
- Zijn de gebaren bekend?
- Oefen het verhaal van te voren.
Aan het begin van het voorlezen
Kan er aandacht zijn voor het verhaal? Is de persoon alert? Zijn er geen lichamelijke ongemakken? Is de omgeving rustig? Klopt het in het dagprogramma?